Remisevoorstel
Gerenommeerde partijspelers maken zich zorgen over de hoge remisemarge in het damspel.
Daar is al veel zinnigs over opgemerkt en velen hebben voorstellen gedaan om hier
iets aan te doen. Een uitstekende samenvatting is te vinden bij
Eric van Dusseldorp
, die ook een enquete over dit onderwerp hield. Hij verdeelde de mogelijke remedies
in drie groepen:
- Voorstellen om iets aan het spel zelf te veranderen.
- Voorstellen die het spel zelf intact laten (hooguit iets toevoegen), alleen
de waardering in punten veranderen.
- Andere voorstellen die het spel zelf intact laten.
-
De regels aanpassen. Hier wordt meestal een inventieve wijziging voorgesteld in het gedrag
van een dam, die ertoe leidt dat drie tegen één of twee tegen een eindspelen altijd gewonnen zijn.
Aan dit soort oplossingen kleven twee bezwaren, waarvan de eerste de meest zwaarwegende is.
Het damspel heeft met het schaakspel gemeen dat het zich goed leent, en ook genoeg
inhoud heeft, om genoteerd te worden. Anders waren we wel gaan klaverjassen. Er is
er een damliteratuur ontstaan, en op basis daarvan een damhistorie. Beiden worden gedevalueerd door een spelregelwijziging.
Misschien niet zoveel, maar de ene spelregelwijziging word vaak gevolgd door een andere.
De desastreuze gevolgen zijn goed te voorspellen aan de hand van het gevolg dat
alle spellingswijzigingen hebben gehad op onze Nederlandse literatuur: boeken
van die ouder zijn dan een luttele honderdvijftig jaar worden niet meer gelezen. Een land dat zijn
cultuur respecteert piekert dan ook niet over spellingswijzigingen; een dambond
met respect voor het dammen zou een spelregelwijziging niet in overweging moeten nemen.
Een ander bezwaar is meer speltechnisch. De meeste voorgestelde wijzigingen zijn
veel te rigoreus. Ze bewerkstelligen dat de meerderheidspartij altijd wint.
Dat is nu juist niet de bedoeling. In een ideale wereld zou een tegen vier heel soms
remise zijn, drie tegen een meestal gewonnen, twee tegen een is soms gewonnen maar
in een enkel geval zelfs verloren. Kortom, de uitslag moet niet altijd bepaald
worden door het feit dat iemand meer schijven heeft. Met enige jaloezie kijken
we hier naar het schaken. Maar in mindere mate heeft het damspel, met zijn huidige
regels, deze kwaliteit ook.
-
De telling aanpassen, dat wil zeggen : mogelijke uitslagen als 5-0, 1-4 etc.
Ik zie hier niet veel bezwaren, maar ik verwacht ik hier ook niet veel van.
De krachtsverschillen tussen spelers zullen beter in de uitslag zichtbaar worden, maar ik denk niet dat het spel
er spectaculairder door zal worden. Saai, degelijk, risicoloos spel blijft goed
beloond worden
-
De laatste categorie behelst voorstellen als het verbieden van remise voor de
veertigste zet (nogal kinderachtig en ineffectief bovendien) en het afschaffen van tweekampen.
Dat laatste betekend het morele failliet van het damspel. Als het niet mogelijk is om
op een boeiende manier te bepalen wie het sterkste is -niet in het vloeren van
kleine jongetjes, maar zwaargewicht tegen zwaargewicht- dan kunnen we er beter
helemaal mee stoppen.
Steenslag heeft ook gereageerd op van Dusseldorp's enquete. In die reaktie werd
een alternatief voostel geformuleerd. In het enqueteverslag werd daarvan geen
melding gemaakt - misschien omdat Eric het kolder vond of satire vermoedde. Zelf
vind ik het natuurlijk een heel verstandig voorstel, reden waarom ik het hier
opnieuw formuleer.
Stel dat u de meerderheidspartij bent in een drie tegen één-eindspel. Stel nu ook
dat u meer bedenktijd hebt dan uw tegenstander. Om te voorkomen dat u uw tegenstander
"door de klok drukt" met een reeks van honderden kul-zetten, voorziet het regelement
van de dambord in deze situatie op oud-Hollandse wijze: met een verbod. In dit
geval om meer dan zestien zetten te spelen.
Mijn voorstel is eenvoudigweg om na die zestien zetten het "door de klok drukken"
te automatiseren en de partij voor u gewonnen te verklaren. Heeft u echter minder
bedenktijd dan uw tegenstander, dan is de uitslag remise (en dan heeft u niets te mopperen).
Desgewenst kan een dergelijke regel ook gelden voor twee om een eindspelen.
Dit systeem zal de remisemarge stevig verlagen, maar wat zijn de gevolgen voor uw
speelstijl? Elke zet zult u moeten afwegen hoeveel tijd u zult investeren.
Gaat u voor snel afbraakdammen? Langdurige diepzinnigheid? Of vertrouwt u op uw
intuitie en maakt u de stelling zo ingewikkeld mogelijk? Het kunnen allemaal
succesvolle strategieen zijn. Het zal regelmatig voorkomen dat een speler door
de klok gedwongen word tot het kiezen van een alles-of-niets aanval. Spektakel
bijna gegarandeerd.
(ingevoegde alinea 22-9-2003)
En als beide spelers nu op remise uit zijn? Laat ze remise aanbieden. Als ze willen spelen,
zullen ze het snel moeten doen:
achterstand in bedenktijd kan fataal zijn, dus beiden zijn gedwongen om hun afbraakspel
sneller uit te voeren dan de tegenstander - riskant, en op zich al een spektakel.(einde invoeging)
Ik kan drie nadelen bedenken:
-
Op analoge klokken is soms niet goed te zien wie er meer bedenktijd heeft. Een
praktisch probleem, waar vast wel een mouw aan te passen valt.
- De speler met de meeste bedenktijd en een voordelige positie wordt niet tot
het uiterste gedwongen- afwikkelen naar een drie om één is voldoende. Ik vind dat
niet zo erg. Het is ook wel logisch; als je de remisemarge wilt verkleinen zullen
er minder stellingen remise worden: de sterkere partij kan dus makkelijker winnen en dat was nu net de bedoeling.
- Vrij ingrijpend: om een partij achteraf te analyseren is het noodzakelijk dat
de bedenktijd per zet word vastgelegd.( Desnoods met een plus-, min-, of is-teken.)
(ingevoegde alinea 22-9-2003)
Op deze manier wordt het hart van het damspel ongemoeid gelaten. De huisdammers hebben nergens last van - die spelen zonder klok.
Arbitraire puntentellingen worden vermeden. Het door-de-klok-druk-principe is eigenlijk al aanwezig in het spel, er is alleen een regel die dit verbiedt bij 3x1 stellingen.
Die regel moet weg, en de bedoeling is dat de speler met tijdsachterstand en een inferieure stelling erkent dat zijn
tegenstander kan winnen. Die erkenning zou met behulp van een een nieuwe regel afgedwongen moeten worden.
(einde invoeging)
Sponsors zullen vast niet onmiddellijk toestromen als dit voorstel word ingevoerd,
maar ik denk werkelijk dat het damspel leuker en spannender wordt om te spelen -
en om naar te kijken.
Maar het grootste voordeel van dit voorstel is dat we kunnen blijven genieten van
de partijen van Sijbrands en de problemen van Viergever. En vooral dat elke oom
Jan zijn neefje nog steeds kan leren dammen.
Siep Korteling, 2003