27-28

ENKELE BEKENDE MINIATUREN

volgens S.R. uitgevallen
 

C. Stams 1878

2 6 8 19 27

11 29 37 47 48

Overtollige witte schijf in het eindspel, bovendien zettenverwisseling.

G. Mantel 1925

8 9 13 17 30 31

23 26 33 37 38 39 43

Onnatuurlijke oppositie.

P.D. de Graaf 1937

3 16 18 22 23 28 32

21 33 34 37 39 48 49

Bijplaatsing in onnatuurlijke oppositie.

B.W. Blijdenstein 1926

5 9 10 12 16 17 20

19 21 23 27 29 36 37

Slordig eindspel, onbenutte steunschijven.

J. Dienske 1934

6 8 18 22 24 28 29

16 31 33 36 39 41 48

Slordig eindspel, onbenutte steunschijven.

L. TÚvan 1934

7 18 28 29 35 36 39

27 37 38 41 47 49 50

Men kan zich afvragen of de fraaiheid van een oplossing technische gebreken vergoedt; zoo is deze mooie stand zeer geschikt voor eigen beoordeling of in de miniatuur het verbod van verwisselbaarheid al dan niet redelijk is

N. Brochu

8 9 17 19 24 29 38

27 30 36 41 44 47 49

Verwisselbaarheid.

J. de Bree 1918

9 17 19 25 27 30 37

26 28 33 34 45 47 49

Wit 49 is figurant.

N. Brochu

15 22 23 26 28 31 35

25 34 37 39 45 48 49

Wit 45 is figurant (bijgeplaatst in oppositie.